Informatieve bestuurlijke bijeenkomst

Op woensdag 8 november organiseerde de Unie van Waterschappen in samenwerking met de Task Force medicijnresten en STOWA een informatieve bestuurlijke bijeenkomst over het thema 'medicijnresten uit water'. In het complex Seats2meet te Amersfoort heette Paul Roeleveld de gasten welkom. 


Paul constateerde dat er een zeer goede opkomst was, gezien het feit dat er meer dan zestig personen aanwezig was. Het belang van deze bijeenkomst was dus vooraf al duidelijk.

Daarna was het woord aan Ingrid ter Woorst portefeuillehouder waterkwaliteit bij de Unie van Waterschappen: “Veel onderzoeken zijn klaar, maar er ligt nog genoeg te wachten. Daarin zal probleemgestuurde, integrale en brongerichte aanpak nodig zijn.”Ter Woorst gaf verder aan dat er daarnaast, naar het proces kijkende, al veel consensus bereikt is. Met de uitbreiding van de gesprekken met zorgsector zal dat alleen maar toenemen. Aansluitend gaf Fred Klein Woolthuis, voorzitter van de Task Force Medicijnresten een presentatie. Daarin lichtte hij deresultaten van de hotspotanalyse en kostenstudies toe. Klein Woolthuis nam de aanwezigen eerst mee door de aanleiding. De bevindingen van de Adviescommissie Water in 2016 en  het Duidingsrapport van de RIVM werden nog eens nagelopen. De Adviescommissie gaf destijds aan dat waterbeheerders verplicht zouden moeten worden tot zuivering. 

Aan de hand van enkele voorbeelden werd duidelijk dat er in andere Europese landen ook actief met het probleem van de vervuiling van het oppervlaktewater wordt omgegaan. Zo is er in Zwitserland al een duidelijke langetermijnstrategie met meer dan een miljard aan subsidie. In Duitsland wordt er ook veel ondernomen en dan met name in de deelstaat Nordrhein Westfalen. Daar werkt men, met hulp van subsidie, vooral vanuit een bewustwording, een voorzorgprincipe. Hier gebeurt alle medewerking nog op vrijwillige basis.
Ketenaanpak speelde mee met 3 pijlers; 

  • Ontwikkeling en toelating
  • Voorschrijven en gebruiken
  • Afval en Zuivering; hier richt de hotspot-analyse zich op.

Er kwamen vragen uit de zaal over de situaties in landen als België en Frankrijk. Deze landen, belangrijk in de kwaliteit van het Maaswater, lopen wel enigszins achter. De discussies zijn inmiddels wel op gang daar, maar tot echte daden is het nog niet gekomen. Michaël Bentvelsen is werkzaam als adviseur bij de Unie van Waterschappen. Hij gaf een presentatie waarin hij de contouren voor de uit te stippelen strategie neerlegde. Het is lastig om prioriteiten te meten, omdat niet alles feitelijk bepaald kan worden. Desondanks willen de betrokkenen al wel aan de slag Aan de hand van negen punten gaf Bentvelse een overzicht.

Ketenaanpak:
Deze aanpak moet vooral voortgezet worden, met een bundeling van de ideeën uit alle sectoren.

Ziekenhuisafvalwater
Hier moet goed gekeken worden waar en door wie het gezuiverd wordt. Gebruik van Pharmafilter benadert een zuivering van 100%.

Inzet waterschappen bij Bronaanpak
Zoals afgesproken houdt het Rijk hier de regie in, maar dat houdt niet in dat hier geen rol voor de waterschappen ligt. Zij moeten blijven bedenken wat zij hier zelf in kunnen betekenen.

30 miljoen beschikbaar voor projecten vanuit Ministerie
Dit geld is de komende  vier jaar beschikbaar voor hardware en onderzoek, waarbij projecten full scale kunnen worden opgepakt. De gelden moeten vooral transparant worden toegekend.

Waterschappen bepalen zelf hun inzet
De waterschappen hebben en houden hun vrijheden. Dat houdt in dat er geen verplichte zuivering komt. 

Monitoring
De mate van urgentie per project zal nog beter in kaart gebracht moeten worden

Integrale aanpak voor Rijn en Maas (ook internationaal)
Met de voorbereiding van een overeenkomst met de Rijnoeverstaten kan hier worden uitgekeken naar een volgende stap.

Financieringsmogelijkheden
Hierover komt vanuit de Unie nog een notitie. Het verzoek is om te denken in diverse opties.

Bijsturen op basis van resultaten
Er worden kleine stapjes gezet, maar het gaat wel vooruit.

De afsluitende discussie stond onder leiding van Paul Roeleveld. Hierin kwamen onderwerpen als co-financiering, tempo van het proces, de behoefte aan een planning, het kleine effect van de bronaanpak, de keuze tussen end of pipe en bronaanpak en de communicatiestrategie voorbij. Ter Woorst sloot af met de conclusie dat alle betrokkenen trots mogen zijn op wat er is bereikt, met het OESO-rapport en uitbreiding van de externe samenwerking als aandachtspunt. Daarna kon men aan het diner.  

Leer elkaar kennen...
bekijk de hoofdrolspelers